Interviewreeks De Zelfstandige Ondernemer

Katrien Verstraete (Lemenu): ‘Met wat ik hier zie kun je een comedyserie maken’

Katrien Verstraete: "Mijn moeder heeft met het idee gespeeld om gewoon onder eigen naam te werken, maar daar was ik mordicus tegen. Je hebt maar beter de ondersteuning van een groot merk." Foto: ProMedia, 2025

Achter tankstationbedrijven staan rasechte ondernemers met visie en passie. In de interviewserie ‘De zelfstandig ondernemer’ laten we ze uitgebreid aan het woord. Deze week spreken we Katrien Verstraete van Lemenu in Ieper. “Het is vrouwen aan de macht hier.”

Al drie generaties lang voorziet Lemenu klanten in het Ieperse van brandstof. In hun tankstation aan de Meenseweg ontvangt zaakvoerder Katrien Verstraete me in de hectiek van het bedrijfsleven en vertelt ze over het ontstaan van de zaak.

“Het was mijn grootvader, Henri Lemenu, die hier in 1938 is gestart met een Chevron-tankstation. Hij had ook een mazouthandel met een kleine vrachtwagen, waarmee hij met jerrycans de boeren bevoorraadde die toen de eerste tractoren aan het kopen waren. Mijn moeder Magda stapte op haar achttiende aan boord en runde samen met hem de boel tot zijn plotselinge overlijden in 1966. Toen was ze nog maar vijfentwintig, en nam ze met haar man de zaak over. Het was in die tijd niet evident dat een vrouw in zaken ging, maar ze deed het wel. Zij is het die de zaak volledig heeft uitgebouwd tot wat het nu is.”

“Ja (glimlacht), het is vrouwen aan de macht hier.”

Jij bent dus opgegroeid tussen de pompen.

“Zo is dat. Vanaf mijn twaalfde draaide ik hier mee. Dan kwam ik over de middag naar huis, en bediende ik een uurtje de klanten terwijl mijn ouders aten. Dat was nog met bediening, immers. Vakanties? Dat was twee maand tussen de pompstellen staan. Dat was toen heel normaal.”

“En toch was het niet evident dat ik de zaak zou voortzetten, neen. Ik heb jarenlang gezegd dat ik het niet wilde doen, ben gaan studeren, en had nadien een aanbod voor een job in het buitenland. Net op dat moment zat mijn moeder echter tot over haar oren in het werk. Als ik vertrok, zou ze de zaak verkopen, zei ze. Ik wist dat dit haar leven was, dus dat lag moeilijk. Ze stelde me uiteindelijk voor om zes maanden met haar mee te lopen en te zien hoe het me beviel. Daarna had ik nog altijd de kans om te solliciteren.”

“Ik ben gebleven. Voor haar, maar nu doe ik het wel graag.”

Hoe kijk je terug op die beslissing?

“Ik weet niet of ik nog dezelfde keuzes zou gemaakt hebben. Ik was immers een goede student, maar koos voor een economische richting omdat mijn ouders een zaak hadden. Ik heb mijn studiekeuze onuitgesproken afgestemd op wat mijn ouders verwachtten. Maar als ik echt mijn hart was gevolgd, dan was ik waarschijnlijk dierenarts geworden.”

“Ik zie graag dieren. Ik heb in het verleden twee paarden gehad, nu heb ik thuis een waakhond, twee jachthonden – ik ben een jager – en ook wat kippen. Meer lukt niet, want je moet ook tijd kunnen maken voor hen. Daarom ga ik ook minstens één keer per dag met de honden wandelen. Ik start de dag daarmee: dat heb ik nodig voor mijn hoofd.”

Ondertussen sta je bijna vijfentwintig jaar in de zaak. Ik vermoed dat er veel gebeurd is in die tijd?

“Zeker. En daarom doe ik het nu ook graag. Ik ben altijd zelfstandige geweest. Ik weet niet wat het betekent om voor iemand anders te werken. En ik ben trots op wat we verwezenlijkt hebben. Zeker de laatste vijftien jaar hebben we veel beslissingen genomen en dingen veranderd. Zo hebben we in 2009 de mazouthandel afgestoten en kochten we vervolgens een tweede tankstation in Brugge. Dat baten we ondertussen niet meer zelf uit, maar verhuren we. Daarnaast bouwden we in 2018 een carwash bij naast ons tankstation. En we hebben ook een fruitboomgaard aangekocht van 20 hectare. Diversificatie, is dat.”

Jullie begonnen als Chevron-tankstation, maar voeren ondertussen de kleuren van TotalEnergies. En er zijn nog andere merken geweest.

“Na de oorlog kwam Shell op, en daar zijn we bij gebleven tot het jaar 1973. Toen kregen we tijdens de oliecrisis plots geen product meer van hen. Dat is een ramp, als je als zelfstandige je klanten niet meer kunt beleveren. We zijn toen overgestapt naar Texaco, tot ook dat niet meer goed liep, begin jaren tweeduizend. Het merk was op dat moment al een paar keer verkocht, en we merkten dat de ondersteuning van hun kant absoluut niet meer was wat wij verwachten. Daarbij werden we gedwongen om onze klanten heel grote kortingen te bieden, waardoor we inkomsten verloren.”

“Mijn moeder heeft toen gespeeld met het idee om gewoon onder eigen naam verder te gaan, maar daar was ik mordicus tegen. De steun van een groot merk kun je maar beter achter je hebben. We werden ondertussen ook uitgebreid het hof gemaakt door een vertegenwoordiger van TotalEnergies, die koste wat het kost een vestiging in onze regio wilde. Op een bepaald moment stond hij hier bijna maandelijks, en ja, als iemand zo consistent een verhaal komt doen, ga je op een bepaald moment luisteren. Ze beloofden een goede ondersteuning, dat we veel meer volume zouden draaien, en dat bleek ook. Ik sta nog altijd achter die beslissing, zelfs al staan we nu weer voor veranderingen nu ze hun tankstationbusiness overlieten aan Circle K. We staan nog maar aan het begin van die omschakeling, en we voelen dat het toch een ander bedrijf is. Die mensen zijn heel erg gefocust op het shop-aspect. Dat is voor hen het belangrijkste, brandstof nemen ze er zowat bij. Verder vind ik het maar moeilijk communiceren met hen. Ik mis een duidelijke visie.”

Is dat voor jou een andere manier van zaken, dat je nu vanuit de winkel moet denken?

“Dat is zeker zo, maar we kunnen niet anders. Met alle beslissingen over het einde van fossiele brandstoffen die boven onze hoofden worden genomen, zien wij het volume benzine en diesel dalen. Dat gaat daarom niet snel, maar het is onmiskenbaar. Zelfs al gaat het hier in de Westhoek nog wat trager; hier zijn de mensen nog niet zo overtuigd van dat elektrisch rijden. Enkel bij de bedrijfswagens zie je nu ook de KMO’s overschakelen naar EV; dat zijn verkochte liters die we kwijt zijn.”

“In het verleden zagen we al een verschuiving van diesel naar benzine, nu zien we ons volume elk jaar lichtjes dalen. We houden stand, dus we mogen niet klagen, maar de trend is niet om vrolijk van te worden. Ik had eigenlijk verwacht dat de kleinere stations in de regio daardoor sneller gingen verdwijnen, en wij die liters konden overnemen, maar niemand gooit het bijltje. Iedereen blijft voortploeteren, omdat het vaak maar bijzaak is bij bijvoorbeeld een garage. Als er dan geen investeringen nodig zijn, is het mooi meegenomen om het te blijven doen.”

Heb je overwogen om zelf ook laden aan te bieden?

“Vier jaar geleden heb ik inderdaad onderzocht of het de moeite is om hier twee snelladers te zetten. Het besluit was duidelijk. Weet je wie aan dat laden goed verdient? De bedrijven die laadpassen uitgeven, en de transacties beheren en verwerken. Dat kan ik niet zelf doen, maar ik zou dan wel de hele investering van de infrastructuur moeten doen? Ik dacht het niet. Wel heb ik op de parking van de Aldi hiernaast, die ons eigendom is, een elektrische lader geplaatst omdat dat tegenwoordig vanaf een bepaald aantal parkeerplaatsen een verplichting is. Ik heb daar nog nooit een auto gezien.”

Het is een sector in beweging, vind je niet?

“Dat is het al jaren! Voortdurend ben je bezig. Mijn eerste grote project, toen ik hier in 2001 begon, was de volledige vernieuwing van ons tankstation. Onze infrastructuur was toen hopeloos verouderd, dus alles moest vervangen: nieuwe tanks, nieuwe leiding, nieuwe pompen, een camerasysteem, en een shop. Met dat laatste zijn we toen pas gestart. Voordien was hier niet meer dan een klein hok waar een rekje stond met wat chocolade, wat blikjes bier en frisdrank, en dat was het.”

“Nu, met de komst van Circle K, zijn we op het punt gekomen dat we onze shop flink gaan uitbreiden. De plannen zijn er, en het hele gebouw wordt in 2026 vernieuwd. Dan gaan we ook verse broodjes aanbieden, komt er een koffiehoek met zitplaatsen. Het was wat wachten tot Circle K er uit was hoe hun concept voor zelfstandige ondernemers er uit zou zien, maar nu zijn ze langzamerhand zover. Het is de nieuwe trend als je wil overleven in de branche: een uitgebreider aanbod, en langere openingsuren van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, elke dag. Wat betekent dat je moet investeren in personeel, en dat is niet evident. Eigenlijk is dat in onze sector het grootste struikelpunt: goed en vooral vriendelijk personeel vinden, waar je op kunt rekenen.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Wat zijn drempels in het ondernemen voor je?

“De overheid maakt het ons niet gemakkelijk met alle regelgeving. En dan is er nog het feit dat al onze producten een vaste prijs hebben. Ik kan niet zomaar één of twee euro extra aanrekenen. En ondertussen stijgen de accijnzen wel, waardoor we altijd maar minder verdienen op de verkoop. Wist je dat de marge op tabaksproducten van zeven procent naar twee is gezakt? Als ik voor vijftien euro tabak verkoop, verdien ik tien cent. En ondertussen stijgen de loonkosten, de prijs van de elektriciteit. Elk jaar verdien ik minder. Dat vind ik niet logisch.”

“En dan heb ik het nog niet over de transactiekosten die je betaalt op het elektronisch betalen. Sinds de covidperiode betaalt nauwelijks nog iemand cash, zelfs een flesje water of een reep chocolade betalen ze met kaart. Daar verdien je nauwelijks nog aan. Ze zouden die transactiekosten moeten verlagen.”

Ook de klanten zijn veranderd, zeg je.

“Een goeiemorgen, en dankjewel, je krijgt het niet meer. Vroeger waren mensen beleefder en dankbaar. Sinds corona is er op dat vlak veel veranderd. Wat we hier dagelijks zien, mijnheer, je kunt het niet geloven. Soms denk ik: ik moet het allemaal eens opschrijven en naar VTM sturen: ze hebben meteen materiaal genoeg voor een comedyserie.”

“Een voorbeeldje: wat doen mensen die hun wagen met de verkeerde kant aan een pomp parkeren? Je ziet ze de slang wanhopig tot de overkant proberen te trekken. Lukt niet, en dus stappen ze terug in en rijden vooruit om dan met een bocht aan de andere kant van de pomp terecht te komen (lacht). Wéér met de verkeerde kant dus.”

Zijn er mooie kanten aan het DODO zijn, dat zelfstandig ondernemen?

“Net dat: het eigen baas zijn. Niemand moet ons komen vertellen wat we moeten doen.”

Binnen twaalf jaar kun je in theorie honderd jaar Lemenu vieren.

“Misschien. Ik weet niet of we dat halen hoor. Mijn zoon is nu achttien, en ik denk niet dat hij de zaak zal overnemen. En verder? Er is natuurlijk het plan om fossiele brandstoffen tegen 2035 uit te bannen. Er is nog veel onzeker om al aan een eeuwfeest te denken.”

Lees ook:

Auteur: Matthieu Van Steenkiste