Uit het magazine

Lex Peters, eigenaar Anac Carwash: ‘Als je loslaat, krijg je betere ideeën’

Lex Peters: ‘De locatie in Nijmegen is ons vlaggenschip. Dit is de plek waar het allemaal begon.’ Foto: Gerard van Bree

Nog maar net terug uit de zandduinen van Saudi-Arabië zit carwashondernemer Lex Peters alweer op zijn vertrouwde plek: het hoofdkantoor van Anac Carwash in Nijmegen. Daar spreekt hij met Mobility Energy over de Dakar Rally, leiderschap, ondernemerschap en de bouw van een toekomstbestendige carwashketen.

Lex Peters, eigenaar van de carwashformule Anac, is iets meer dan een week terug uit Saudi-Arabië wanneer we hem spreken op het hoofdkantoor in Nijmegen. In Saudi-Arabië deed hij mee aan de Dakar Rally, een veertiendaagse offroad wedstrijd waarin auto’s, motoren, vrachtwagens en quads duizenden kilometers door woestijnen racen. In totaal leggen de deelnemers zo’n achtduizend kilometer af. “Het is duursport, survival, autosport en vriendschap,” zegt Peters. “Als je pech hebt, helpt iemand je. En andersom.”

Waarom heb je meegedaan aan de Dakar Rally?

“Ik vind het leuk om mezelf uit te dagen. Ik heb weleens de marathon van New York gelopen, maar autosport past beter bij me. Het was mijn derde deelname. Ik eindigde als zestiende van de veertig buggyrijders, ondanks lekke banden in de eerste dagen.

Als je tachtig uur in de week werkt, dan zakt op den duur je creativiteit naar nul. Ontspanning en afstand, bijvoorbeeld door mee te doen aan zo’n rally, zorgen bij mij voor betere ideeën. Het is niet zo dat ik meteen met honderden ideeën terugkom. Maar als je even loslaat, kijk je weer fris naar je bedrijf.”

 Anac begon ooit met twee brandstofpompen bij een boerderij. Hoe groot is het bedrijf nu?

“Vandaag de dag hebben we tien waslocaties in Nederland en vier in België; bij vier daarvan zit ook een tankstation. In totaal werken er driehonderd mensen bij ons. Ik leid het bedrijf inmiddels weliswaar alleen, maar het is echt een collectieve onderneming. Ik doe het namelijk niet alleen, maar met een hele club mensen. De C in Anac staat niet voor niets voor club.

Ik geef op een dienende manier leiding aan de organisatie. De piramide staat voor mij op zijn kop. De belangrijkste mensen zijn degenen die contact met onze klanten hebben. Als organisatie moeten we ervoor zorgen dat zij optimaal kunnen functioneren. Cultuur is wat mensen doen als ik er niet ben. Als ze alleen goed functioneren als ik aanwezig ben, heb ik geen goede cultuur gecreëerd. Je moet naar je mensen luisteren: uit driehonderd medewerkers komen vaak meer goede ideeën dan uit één ondernemer.”

‘Vroeger leek het wel of mensen in wasstraten door rioolbuizen gingen, qua uitstraling. Nu gaat het veel meer om beleving met licht en geur.’

Welke rol speelt jullie hoofdvestiging in Nijmegen binnen het bedrijf als geheel? 

“De locatie in Nijmegen is voor mij ons vlaggenschip. We hebben hier een wasstraat, een groot overdekt stofzuigerplein, een interieurbaan, meerdere wasboxen, een tankstation en een tankshop met bakkerij. Ik heb een passie voor vormgeving, processen en architectuur en ik ontwerp onze locaties zoveel mogelijk vanuit beleving. Als ik hier vroeger op het dak van het bedrijf ging staan, dan dacht ik: hier moet ik iets mee. Je hebt hier een prachtig uitzicht op een bos. Dus wat ik hier uiteindelijk heb gedaan, is een heel groot plein op palen maken en daar een stofzuigplein van maken. Als mensen nu de wasstraat uitkomen, rijden ze zeven meter omhoog via asfalt met vloerverwarming en komen ze bij het plein terecht. Het voordeel hiervan is voor ons ook dat we zonnepanelen konden neerleggen. En klanten kunnen hier nu – bewust of onbewust – genieten van het uitzicht. Zelf geloof ik heel erg in onbewuste waarneming. Je voelt binnen tien seconden of het klopt of niet. Dat geldt ook voor gebouwen. Ik hoop dat mensen voelen dat het klopt wanneer ze hier komen.”

De laatste jaren hebben jullie veel werk gemaakt van renovatie en onderhoud van bestaande carwashes. Wat komt daar allemaal kijken? 

“Wasstraten worden helaas niet beter met de jaren, zoals wijn. Ze slijten. Daarom ben ik met een ronde bezig om de locaties op te frissen. In Nederland zijn we hier zo goed als klaar mee, daarna zijn de vestigingen in België aan de beurt. Qua apparatuur zijn er minimale aanpassingen geweest om te zorgen dat de wasstraat sneller kan wassen. Waar auto’s vroeger in zeven à acht minuten door de wasstraat gingen, is dat nu binnen vier à vijf minuten. Verder hebben we op iedere locatie een overdekt stofzuigplein gecreëerd. Dat is voor klanten een stuk comfortabeler.

De bottleneck bij deze locaties was voor ons echter het afrekenen. Een klant komt namelijk om te wassen en niet om te wachten. Daarom hebben we in onder meer Nijmegen drie rijbanen met kassa’s geïntroduceerd die uiteindelijk bij de twee wasstraten uitkomen. Klanten kiezen bij de kassa een wasprogramma en krijgen dan een bon met een QR-code. Deze kunnen zij scannen terwijl ze met de auto in de wasstraat staan. Na de wasstraat kunnen klanten nog naar de interieurbaan gaan, of ze rijden direct naar het stofzuigerplein. Aan het einde hiervan staan slagbomen die kentekens herkennen en die opengaan wanneer er is betaald. Het doel hiervan is om de tijd die het oprijden en uitrijden kost te minimaliseren, zodat klanten zo snel mogelijk weer een schone auto hebben.”

In België hebben jullie vier vestigingen. Welke rol heeft Anac in die markt verworven?

“We zijn sinds 2002 actief in België, nadat ik kansen zag bij een locatie die financieel niet rondkwam. Tegenwoordig hebben we drie locaties in Antwerpen en een in Anderlecht. En ik durf wel te stellen dat we de Belgische carwashmarkt mede gevormd hebben. Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten zijn grote spelers in carwashland. Veel innovaties worden in die landen bedacht. Je ziet nu dat er steeds meer wordt gekopieerd en dat dat zich ook uitbreidt naar andere landen. Zo hebben wij bijvoorbeeld in België het gratis stofzuigen geïntroduceerd en dat zie je nu op andere plekken in België ook steeds meer.

Verschillen tussen Belgische en Nederlandse klanten zijn er nauwelijks. Het enige verschil dat wij zien, is dat Belgen langer stofzuigen dan Nederlanders. We hebben daardoor wel 20 procent meer stofzuigers nodig dan in Nederland. Verder zijn de klantpatronen vergelijkbaar en zien we in beide landen dezelfde behoefte aan snelheid en gemak.”

De interieurbaan in Nijmegen is een lineaire baan. De vestigingen in Arnhem en Den Bosch beschikken over een interieurcarrousel, waarbij die in Arnhem de eerste ter wereld is.

Een eigen Anac-innovatie is de carrouselwasstraat. Hoe is dat systeem tot stand gekomen?

“Het systeem voor de interieurcarrouselwasstraat heb ik bedacht en gepatenteerd voor Europa en Noord-Amerika. Er is er een in Arnhem en er staat er ook een in Den Bosch. In tegenstelling tot een lineaire interieurbaan gaat het hier om een rond platform met acht plekken. Daarvan blijft één plek vrij voor bestuurders om erop en eraf te rijden. Dit eigen ontwerp is gebaseerd op het idee van een boer met een melkcarrousel. In principe heb je er een kleiner grondoppervlak voor nodig dan bij lineaire interieurbanen. Een technisch voordeel is dat een lineaire baan glijdt en daardoor meer slijt, terwijl de carrousel op rollen draait. Verder heb ik het vooral gebouwd vanuit de beleving. Het is een bijzonder fraai proces dat je als klant goed kunt zien en beleven.”

Uit deze en andere ontwikkelingen blijkt wel dat beleving steeds belangrijker is geworden? 

“Vroeger leek het wel of mensen in wasstraten door rioolbuizen gingen, qua uitstraling. Nu gaat het veel meer om beleving, met licht en geur. Een ander verschil met vroeger is dat mensen hun auto steeds vaker wassen. Toen wasten mensen hun auto vooral als deze echt heel vies was. Nu komen ze veel sneller naar de wasstraat. Als een auto minder vies is, hoef je in principe minder chemie te gebruiken. Hoe moet je daarmee omgaan als ondernemer? Hoe snel slijt je apparatuur als maar een op de honderd auto’s echt heel vies is? Ga je dan alles ‘sterker’ instellen om die ene auto schoon te krijgen of doe je het lichter met het risico dat die ene auto dan misschien niet in één keer schoon is? Voor ons bedrijf weet ik het antwoord wel, dat zijn interessante dingen om over na te denken.”

Wat zijn de toekomstambities voor Anac? 

“Ik ben zelf inmiddels 65 jaar, maar ik denk nog niet aan stoppen. Mijn zoon is ook  werkzaam bij Anac, wat mogelijke opvolging binnen de familie concreter maakt. Ik ben gezond en ik heb fijne mensen om me heen. Het stokje doorgeven aan mijn zoon zou ik uiteindelijk heel mooi vinden. Groeien met het bedrijf zou ik ook nog steeds willen, maar wel gericht. De locatie moet me aanspreken en potentie hebben. Maar het is ook leuk om te experimenteren. Dat hoort bij het ondernemen, vind ik. De omvang van het bedrijf maakt dat we dingen kunnen proberen. En lukt het niet, dan hebben we in ieder geval een poging gedaan.”

Anac in het kort

Het bedrijf Anac begon in 1940 niet met auto’s, maar met een boerderij. De vader van Lex Peters, Antoon, startte een agrarisch bedrijf dat handelde in graan en kunstmest. Midden jaren vijftig kreeg het bedrijf de naam Het Klaverblad – waarvan het klavertje vier nog altijd in het Anac-logo is terug te vinden. In 1965 plaatste de familie de eerste twee brandstofpompen bij de boerderij en ontstond de Algemene Nederlandse Automobielen Club: Anac. In 1985 nam Lex samen met twee broers het familiebedrijf over. Zij bouwden elf doe-het-zelf wasboxen in een nieuwe hal achter het oorspronkelijke bedrijfspand. Niet veel later volgde een grote uitbreiding: een tank- en servicestation met twintig pompplaatsen, een shop én een autowasstraat met kettingbaan.

Bij het tankstation bevindt zich ook een tankshop met een eigen bakkerij.

Dit artikel verscheen in Mobility Energy 1-2026. Wilt u de gehele editie bekijken? Klik dan hier.

Lees ook: