Nederlandse lessen over netcongestie en de rol van snellaadpleinen

De Nederlandse markt voor laadinfrastructuur bevindt zich in een nieuwe fase. Tijdens Congres Laadinfra Nederland 2026 in Amersfoort bleek dat netcongestie de grootste uitdaging blijft, internationale spelers zoals Fastned en Ionity zien echter een oplossing in grotere DC-laadpleinen en slimme sturing.
Netcongestie wordt in Nederland momenteel als een grote hindernis ervaren voor de elektrificatie van het wagenpark. Ruim de helft van de driehonderd aanwezige professionals zagen de beperkte netcapaciteit nog steeds als de belangrijkste bottleneck voor de verdere uitrol van elektrisch rijden. Toch was de algemene conclusie toch dat dit een tijdelijk probleem is dat met goede sturing vanuit de overheid en het bedrijfsleven kan worden opgelost.
Martijn Repko, directeur van Fastned Nederland, stelde tijdens het congres een prikkelende visie voor: we moeten misschien niet willen dat er op elke hoek geladen kan worden. Volgens Repko bieden grote DC-laadpleinen veel meer efficiëntie. Hij rekende voor dat de benodigde netcapaciteit voor een dergelijk plein in de praktijk vaak lager ligt dan de theoretische optelsom van de laders. Dit komt door de gelijktijdigheid; auto’s vragen zelden allemaal tegelijkertijd het maximale vermogen.

Lees hier: Een blik op de elektrische toekomst: we zijn klaar voor bidirectioneel laden
Jeroen van Tilburg, ceo van Ionity, sloot zich hierbij aan. Volgens hem was de situatie in Nederland door de netcongestie “bijna onmogelijk” geworden, hoewel de behoefte aan snelladen alleen maar toeneemt. Hij wees op innovaties zoals het nieuwe netwerk van BYD, waarbij de laadsnelheid die van een traditionele tankbeurt benadert. Volgens de topman is er in de huidige markt nog voldoende ruimte voor samenwerking tussen partijen als Fastned en Ionity om de transitie gezamenlijk mogelijk te maken. ‘De markt is nog niet zo krap dat we elkaar echt beconcurreren.”
Slimme oplossingen en samenwerking
Naast de focus op snellaadpleinen werden diverse andere strategieën besproken om de druk op het stroomnet te beheersen. Zo zijn er groepstransportovereenkomsten (GTO’s) waarbij meerdere locaties het beschikbare transportvermogen delen. Ook blokstroom- en dalstroomcontracten kunnen verlichting bieden. Daarbij wordt stroom afgenomen in vaste tijdsblokken of daluren, eventueel gecombineerd met batterijopslag om pieken op te vangen.
Gedeelde netwerken kunnen eveneens een oplossing zijn. Zo toonde Shell Business Recharge Solutions aan dat de exploitatiekosten kunnen dalen door bedrijfsladers deels open te stellen voor het publiek. De provincie Groningen presenteerde dan weer zijn regiemodel waarbij de overheid zelf investeert in de laadpalen om meer sturing te houden wat betreft locaties en uniformiteit.
Vertegenwoordigers van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en de Vereniging DOET benadrukten dat een integrale aanpak essentieel is. de sector vraagt immers om eenduidigheid vanuit de overheid, zodat schaalbare oplossingen overal kunnen worden toegepast in plaats van lokale experimenten.
Lees het volledige verslag van dit congres op Mobility Energy NL.
Lees ook:




