5 Vragen Aan

Stroohm: ‘We denken dat we van één plus één drie kunnen maken’

Bart Massin en Sander Hereijgers. STROOHM, 2025

Verrassing in stroomland: de Antwerpse laadbedrijven Pluginvest en STROOHM fuseren, en gaan verder onder die laatste naam. Waarom één en ander evident was, leggen CEO’s Bart Massin en Sander Hereijgers uit. “We zijn er trots op dat we een honderd procent Belgisch verhaal schrijven.”

1. Vanwaar het verlangen om samen te gaan?

Sander Hereijgers: “We zagen in die fusie gewoon een kans. We zijn er van overtuigd dat er op termijn nog veel dynamiek in onze markt zal zitten, en er ook een consolidatiegolf zal volgen. STROOHM en Plugnvest waren twee gezonde spelers, de grootste onafhankelijke in de Belgische markt, en we dachten dat we van één plus één drie konden maken door de krachten te bundelen. Op die manier ontstaan veel synergieën, is er complementariteit en zo kunnen we nog sterker zijn in onze ambitie om onze klanten de best mogelijke service en dienstverlening te bieden.”

2. Jullie zijn actief op dezelfde markt van laden thuis en op kantoor, maar vullen elkaar eerder aan dan dat jullie concurrenten waren?

Bart Massin: “Klopt. We zijn inderdaad eerder complementair. Op het eerste zicht lijkt het natuurlijk alsof wij allebei laadpalen installeren – wat effectief ook zo is – maar we doen dat elk op een ander gebied. We zijn elk wel actief op de fleetmarkt, maar daar heeft STROOHM de grotere portefeuille, terwijl Pluginvest eerder expertise heeft wat betreft publieke laadpleinen, zoals bijvoorbeeld die van DATS 24. Ook truckcharging is iets waar we ondertussen mee bezig zijn, want dat is een sector in opkomst. Die voertuigen beschikken vandaag over enorme batterijpakketten van vijfhonderd of zeshonderd kilowattuur. Die hebben dus veel grotere vermogens nodig dan wagens om te laden.”

“Support is ook een enorm voorname tak, want service is belangrijk. Je moet snel kunnen interveniëren bij een defect, en bij Pluginvest hebben we dan ook een erg efficiënte depanage ontwikkeld. Dat moet ook, want bij een aantal logistieke spelers is die laadinfrastructuur ook heel kritisch geworden. Als de bestelwagens van Bpost ‘s ochtends niet opgeladen zijn, wordt de post immers niet verdeeld. Om dat te organiseren heb je niet enkele goeie technologiekeuzes nodig, maar ook een heel operationeel team om alles in goede banen te leiden. En net daarin zijn wij de laatste jaren enorm gegroeid.”

3. Jullie claimen met deze fusie het marktleiderschap. Hoe moeilijk is de concurrentie met buitenlandse spelers.

Massin: “We hebben in onze markt de bekende energiespelers tegenover ons: Eneco, Luminous, Q8, Engie,… Allemaal zijn ze op de laadmarkt actief, en als grote bedirjven kunnen zij enorme verliezen opbouwen terwijl ze aanwezigheid opbouwen. Dat maakt het voor ons minder evident, want wij werken op eigen krachten. Wij zijn uniek, net doordat we geen energieverkoper zijn. Daardoor kunnen wij de energiekost van onze klanten daadwerkelijk optimaliseren, en hen tot dertig of veertig procent doen besparen door hen op het juiste moment op de juiste locatie te laten laden. Dat zullen onze concurrenten nooit doen, want dan schieten ze in hun eigen voet.”

“Dat marktleiderschap vinden we effectief belangrijk, want het heeft een grote impact op onze bedrijfsvoering. Door de grootste te zijn, kunnen wij de kwaliteit leveren die we willen, continuïteit verzekeren, onze klanten sneller helpen,… Als in een kleine organisatie iemand ziek valt, dan heeft dat een impact, in een grote valt zoiets tussen de plooien; dat is het verschil. En verder stelt het ons in staat te innoveren, want inzetten op nieuwe technologieën is belangrijk, en door de handen in elkaar te slaan kunnen we daar grotere budgetten aan uitgeven dan we elk apart zouden doen. Ook gedeelde software-ontwikkeling heeft een enorme impact op de kostenstructuur van een organisatie. Het is op zich dus geen fetisj om die nummer één te zijn, maar het helpt om nog efficiënter te kunnen zijn in vergelijking met die buitenlandse energiespelers. We zijn er overigens trots op dat we een honderd procent Belgisch verhaal schrijven.”

4. Het fusiebedrijf gaat verder onder de naam STROOHM, Pluginvest verdwijnt. Lag dat niet moeilijk?

Hereijgers: “STROOHM is een heel sterk merk, zeker in de fleetmarkt waar het grootste aandeel van onze business vandaag nog steeds zit. De bedrijfswagens en de bedrijven met bedrijfswagens zijn een belangrijke motor ook voor de verdere vergroening van het ganse wagenpark. Daarom hebben we er voor gekozen om STROOHM te behouden, Er moest een keuze gemaakt, want we wilden niet met twee merken, twee aparte organisaties parallel aan elkaar, blijven opereren. Het was de bedoeling om naar één team te gaan, één organisatie en vanuit die kracht verder te groeien. Een naamswijziging of naar één naam gaan was dus ook een strategische keuze, en we denken dat we daar de juiste beslissing hebben genomen.”

5. Wat zijn jullie plannen op langere termijn? Jullie zien veel in bidirectioneel laden?

Massin: “Innovatie is één van de kernwaarden van onze groep: we willen die first mover zijn. Ook met deze fusie doen we dat. We zijn de eerste binnen de markt die deze stap durven te zetten. Die houding zit dus in ons DNA, dus elke vorm van innovatieve of technologische verandering zullen wij mee volgen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan inductieladen waarbij de wagen niet langer via een laadkabel wordt geladen maar via inductie, zoals een gsm dat tegenwoordig kan. We onderzoeken ook hoe we betaalterminals efficiënt kunnen maken. En ja, ook het bidirectioneel laden, is iets waar we mee bezig zijn. Op het moment dat dat operationeel kan uitgerold worden, zullen wij een van de eerste zijn die dat zullen doen. Een groot deel van onze laadpalen zijn vandaag al bidirectioneel-ready, en kunnen met een software-update geactiveerd worden om bidirectioneel te laden van zodra de technologie bij de auto’s toelaat,en het communicatieprotocol daarover internationaal is afgestemd.”

“Verder is het niet ons plan om voor een status quo te gaan. We zullen nieuwe markten opzoeken, en onderzoeken hoe we de bestaande markten nog beter kunnen bedienen. We zien best wel wat problemen in onze sector, waarop wij een antwoord denken te hebben. Ik denk dan aan inzichten voor fleet managers in verbruiksdata, laadpassen beperken in het buitenland of op veel te dure laadpalen, en ga zo maar door. En dan als laatste pijler willen we ook een buy-and-buildstrategie uitbouwen, waarin we op zoek gaan naar extra synergieën in de markt.”

Lees ook: