Uit het magazine

Frank Rouwens, MD in Northwest Europe Q8: ‘Wij zijn al lang geen oliebedrijf meer’

Frank Rouwens: “Het is niet omdat men in Vlaanderen en in Nederland dezelfde taal spreekt, dat je pakweg de foodservice zomaar kunt kopiëren naar Nederland” Q8, 2025

Met het winnen van de concessie voor de grootste tankstations van Europa in het Luxemburgse Berchem zette Q8 zich in een klap nog eens stevig op de kaart. Mobility Energy klopte aan bij managing director Northwest Europe Frank Rouwens voor een gesprek over de ambities van het energiebedrijf, de zoektocht naar uitbreiding van het Tangonetwerk in Nederland, en de uitrol van het nieuwe Q8 electric-netwerk.

Dat Q8 zich opwerpt als een belangrijke speler in de branche, was dit voorjaar nog maar eens duidelijk. Met de overname van Berchem Oost en Berchem West in Luxemburg nam het bedrijf het grootste en tweede grootste tankstation van Europa als het gaat om aantal pompen en verkocht volume in concessie. Daarmee heeft de energiereus een van de poorten naar het Zuiden voor Belgen en Nederlanders in handen.

Was het verwerven van die iconische tankstations een kwestie van prestige?

“Dat speelde deels zeker mee. Die twee vestigingen zorgen voor een grote zichtbaarheid voor het merk, want zelfs al tanken ze er niet, zeker in de zomer rijden daar nog altijd heel veel mensen voorbij. Ook voor Panos en Delhaize is het een gigantisch groot uitstalraam om daar aanwezig te kunnen zijn. En verder heeft die overname onze markt in Luxemburg in één klap verdubbeld.”

Jullie hebben in België 485 Q8-tankstations, in Luxemburg 40, en in Nederland 198 Tango-tankstations. Is dat een goede spreiding, of plannen jullie nog groei?

“We willen zeker nog uitbreiden. In België zijn we bijvoorbeeld volop bezig om dedicated Q8 snellaadstations te ontwikkelen, in samenwerking met laadbedrijf Storm. We hebben er de voorbije twaalf maanden al zeven geopend, met tien à twaalf laadpunten per site. Op sommige plekken zullen we daar ook een shop en een foodservice bij openen, en dat willen we verder opdrijven tot minstens honderdvijftig extra sites. De eerste worden Stekene en Ciney, waar een Delhaize Shop&go, een Panos, Starbucks koffie en in sommige gevallen een McDonalds komen.”

“In Nederland willen we eenzelfde beweging maken, maar daar hebben we nog geen vergelijkbaar partnership kunnen opzetten. We praten met een aantal kandidaten daarvoor, dus de plannen zijn er. Ook globaal zouden we ons netwerk daar graag verder ontwikkelen, ook wat betreft brandstof. Met tweehonderd punten is onze positie in dat land een stuk kleiner dan in België, dus als we opportuniteiten zien willen die zeker grijpen om schaal toe te voegen.”

Hoe komt het eigenlijk dat jullie in Nederland een andere merknaam hanteren?

“Dat is een erfenis uit het verleden. Historisch gezien is de positie van Q8 in de Benelux gebouwd op overnames. Een twintigtal jaar geleden hebben we in Nederland zo het Tango-netwerk overgenomen, een sterk merk dat met onbemande stations heel specifiek inzet op ‘tanken & go’; je tankt voor een goede prijs en je bent snel weer weg. Dat was de propositie waarmee Tango heel erg sterk stond, dus hebben we er voor gekozen om die positionering te houden. Het zou onzinnig zijn om daar Q8 te introduceren, zeker omdat de Q8-stations in België fundamenteel anders zijn. Die evolueren allemaal naar mobility hubs waar je én tanken én laden én shop én food vind, in samenwerking met partners als Delhaize en Panos. De Tangostations zijn er om te tanken, en that’s it.”
“Wel implementeren we in Deventer binnenkort een pilot waarbij bij een Tangostation een covenience-aanbod zullen toevoegen van Bakker Bart. We zullen zien hoe dat loopt.”

Dat betekent wel dat jullie op twee verschillende velden spelen, een andere aanpak hanteren in beide landen.

“Momenteel is dat zo, maar het zijn ook verschillende markten. Het is niet omdat men in Vlaanderen en in Nederland dezelfde taal spreekt, dat je pakweg de foodservice zomaar kunt kopiëren naar Nederland. Dat zou waarschijnlijk niet werken. Waarom niet? Dat is een vraag die wij ons ook stellen, en die we met die pilot in Deventer willen onderzoeken. De on-the-go foodservice markt groeit immers in alle landen.”

“In Nederland hebben we wel een eigen probleem, en dat is dat je voor zo’n foodservice-hubs een site met de nodige oppervlakte nodig hebt. Historisch gezien zijn veel Tangosites daarvoor te klein. Daarom kijken we dus verder, of we in Nederland een bestaand netwerk kunnen acquireren, en dan vooral één met locaties die wat groter zijn. Want wij denken dat in de Nederlandse markt dat er inderdaad meer potentieel ligt om ook daar die mobility hubs te introduceren.”

Waarom hebben jullie dan niet geboden op het netwerk aan Nederlandse tankstations dat BP onlangs verkocht?

“We zijn altijd op zoek naar strategische opportuniteiten, maar we kunnen niet ingaan op specifieke trajecten.”

Uiteindelijk, is het niet met winkels en retail dat jullie een belangrijk deel inkomsten halen?

“Dat is zo, maar het zijn allemaal competitieve markten. Eigenlijk moet je het zo zien dat wij verschillende soorten business runnen, met elk hun eigen karakter. Voor de convenience shops concurreren we met de supermarkten, de buurtwinkels en de nachtwinkels. Ons voordeel in die strijd is dat wij voor die on-the-go-aankopen erg praktische, strategische locaties hebben. Maar het blijft een stevige competitie, zeker nu de supermarkten in België ook op zondag geopend zijn. Voor de foodservice liggen we ‘s middags in concurrentie met de Quick, de McDonalds en de broodjeszaak om de hoek. Daar gooien we Panos in de strijd. En dan is er natuurlijk de brandstofbusiness, die we historisch gezien natuurlijk het beste kennen. Halen wij dus een belangrijk deel inkomsten uit die shops en die voeding? Dat is zo, maar eigenlijk is dat in samenspel met brandstof en laden allemaal best gebalanceerd.“

Laden is voor jullie een nieuwe wereld, niet?

“Dat is een volstrekt nieuwe markt, die het veld helemaal heeft opengegooid. Vroeger had je op de Belgische brandstofmarkt vijf, zes spelers: Shell, Lukoil, Total, Q8. Dat is gebleven, maar plots zit je op het vlak van elektriciteit met een hoop nieuwe aanbieders, plus dan nog die traditionele brandstofbedrijven. Dat is een nieuwe, competitieve markt, dus eigenlijk zijn we op vier borden aan het schaken.”

“Het is ook echt een nieuw vak, want het inkopen van elektriciteit verschilt helemaal van het inkopen van brandstoffen, de technologie rond die snelladers en batterijen evolueert voortdurend,…. We hebben daarvoor mensen aan boord gehaald die dat kennen en nauwlettend opvolgen zodat wij altijd mee zijn met de nieuwste en beste technologieën en management systemen.”

(tekst gaat verder onder de foto)

Op foodvlak hebben jullie ook plannen om meer aan te bieden: hamburgers, pizza’s,…

“We hadden met Panos op bakkerijvlak al een heel sterke partner, waar we mee verder gaan. Zij bedienen het ontbijt- en lunchmoment, maar we stonden tot nu toe veel zwakker op het dining-moment, ‘s avonds. Om daar iets aan te veranderen hebben we recent onze samenwerking bekendgemaakt met het Deense Noahs, dat een dark kitchenconcept ontwikkeld heeft, dat we om te beginnen in Luik zullen uittesten. Het is al met succes geprobeerd op een Q8-site in Denemarken, maar ook daar weer: de Deense markt, zeker qua voeding, is toch anders dan de Belgische.”

“Het concept van Noahs zal inderdaad voor een ander aanbod zorgen, zoals taco’s en poke bowls. En het mooie is dat het een heel flexibele aanpak hanteert, waardoor het heel gemakkelijk is om verschillende keukens aan te bieden op verschillende sites. We kunnen dankzij een makkelijke digitale interface zelfs voor thuislevering instaan.”

Voelen jullie die nood in de markt aan meer kwaliteitsvol voedsel?

“Die nood is er zeker bij een deel van het publiek. Gezond eten is belangrijk geworden, en ook de vraag naar minder traditionele keukens zoals taco’s is er. We volgen die nieuwe trends goed op, en met dat concept van Noahs kunnen we heel snel nieuwe gerechten introduceren of weer afvoeren naargelang de vraag wijzigt. Zo willen we rond dat dining uur ook meer marktaandeel uitbouwen, want zo kunnen we op onze locaties meer omzet genereren.”

Daarmee verwant willen jullie ook de mogelijkheid tot remote working scheppen in jullie hubs.

Dat willen we voorzien, maar dat zal in beperkte mate zijn. Dat kan enkel waar we veel plek hebben, zoals bijvoorbeeld in de concessie in Ranst, die we volgend jaar helemaal vernieuwen. Dat gebouw wordt heel mooi, en zal zeker een remote officegevoel hebben, met warme kleuren en hout, alsof je gezellig thuis werkt.”

“Dat kan dus echter enkel op die grote snelwegplekken waar je veel ruimte hebt, en daarvoor moet je de concessies binnenhalen. We hebben de ambitie om al die tenders te winnen, en of dat lukt moet nog blijken. Ik geloof dat volgend jaar de concessie langs de E19 in Rumst op de markt komt, halverwege Antwerpen en Brussel is natuurlijk een erg interessante plek. al is de oppervlakte ervan best beperkt, maar zo is het altijd: je moet het doen met de ruimte die je hebt.”

Komt die vraag naar meer kwaliteit ook vanuit de overgang naar elektrisch rijden, denkt u?

“Absoluut. De transitie gaat op dit moment het hardst in België, dankzij ons grote bedrijfswagenpark. Als je dan weet dat de gemiddelde laadbeurt dertig minuten vraagt, dan kun je die maar beter goed benutten. Nu is dat nog niet altijd mogelijk: veel laadpalen staan nog wat in de woestijn, zonder veel voorzieningen. Dat kan beter, en daarom rollen we nu die hubs uit waar we ook een shop, food erbij voorzien, en gratis wifi. En natuurlijk een luifel, zodat je droog staat. ”

“We kijken ook naar de toiletten. Dat is een mooie uitdaging, want ze zijn dan wel behoefte nummer één, het is niet evident om die elke minuut van de dag netjes te houden. Een magic bullet daarvoor bestaat niet, het komt neer op high maintenance: er moet heel frequent een onderhoudsploeg langskomen. We onderzoeken daar of we dat niet kunnen oplossen met gespecialiseerde partners.”

De Belgische EV-markt is heel erg aan het groeien. Kunnen jullie volgen?

“Dat moet wel, en we werken er dus hard aan. We hebben het merk Q8 electric gecreëerd dat we nu in de markt zetten. De naam Q8 is daarbij een voordeel, want we hebben toch een bepaalde reputatie van kwaliteit die we nu ook naar de elektrische rijders willen brengen.”

Hoe werkt het partnerschap met Storm?

“Storm is gegroeid vanuit de ontwikkeling van windmolens, en levert dus groene energie. Ze hebben op die manier expertise opgebouwd in het vinden van de juiste locatie, vergunningen krijgen, dat hele traject. Dat doen zij ook voor deze energiehubs. Ze zoeken de plekken voor de sites, en ontwikkelen die, waarna wij zorgen voor alles wat daar bovengronds verschijnt: de laadpalen, alle omkadering.”

Aan een tempo van zeven elektrische hubs per jaar zijn jullie nog wel even bezig voor de geplande tweehonderd er zijn.

“Het is de bedoeling dat daar een versnelling op wordt gezet en we binnen vier of vijf jaar rond zijn. Dit jaar plannen we er een twintigtal om nadien op te schalen naar 35 à 40 per jaar. We hadden gehoopt dat het sneller zou kunnen, maar het hele traject van locatie vinden, vergunningen krijgen, en capaciteit op het elektriciteitsnet, is toch complexer dan we drie jaar geleden dachten.”

“Op zich is dat geen probleem: we doen dit voor de lange termijn. Natuurlijk zouden we willen dat het harder vooruit ging, maar het is wat het is. Het is al goed dat we in België voorlopig nog geen capaciteitsproblemen met het net hebben zoals in Nederland, maar we experimenteren toch al met alternatieve oplossingen als batterijen op de laadsite die opladen als er pieken op het net zijn.”

Hoe beleeft u zelf die energietransitie? U komt uit de olie-tak van Q8.

“Ik heb voor ik deze functie kreeg zeven jaar de global lubricants business van Q8 gemanaged, en in een verder verleden bij BP heb ik dan weer wat retailing gedaan. Dus ook voor mij is het met die elektrische omschakeling nu leren, en blijven leren. Het blijft gewoon interessant. Je ziet het ook aan onze rekrutering, hoe mensen ons bedrijf aantrekkelijk blijven vinden, want hier werk je van binnenuit mee aan de transitie. Hetzelfde gaat op voor mij.”

“Q8 is al lang geen oliebedrijf meer. Wij zijn natuurlijk eigendom van Kuwait Petroleum, maar zelfs in hun mission statement is het woord olie vervangen door energie. Het grootste deel van onze investeringen gaat naar EV. Die omslag is gemaakt en wij zijn gewoon een retailer die in de energiebehoeften van het wagen- en vrachtwagenpark voorziet. Wist je trouwens dat wij onze olie niet betrekken bij Kuwait Petroleum? We kopen die gewoon op de vrije markt, bij wie de beste prijs is, zoals we ook onze elektriciteit aankopen. Zoals een retailer doet.“

Gelooft u de voorspellingen dat 2035 het omslagpunt wordt waarop elektrisch rijden dominant zal worden?

“Persoonlijk geloof ik daar absoluut in, al denk ik dat het op zich onbegonnen werk is om dat op een jaar vast te pinnen. De omslag komt er, maar de timing is nog onzeker want niet elk land evolueert even snel. In België gaat het op dit moment zeer snel in de B2B-markt, maar op B2C-vlak blijft het lastiger. Daar moeten nog wat problemen worden aangepakt, zoals de tweedehandsmarkt in elektrische wagens die nog niet loopt. En ik begrijp de zorgen of een batterij dan nog goed is, maar ik ben er van overtuigd dat dat uiteindelijk zal worden opgelost. Als puntje bij paaltje komt zijn het de beleidsmakers die bepalen wat er gebeurt, en aangezien die resoluut alles op CO2-reductie hebben gezet, ben ik er van overtuigd dat we op termijn allemaal elektrisch gaan.”

Er is natuurlijk meer dan elektrisch rijden. Hoe kijkt u aan tegen waterstof of HVO100?

“HVO100 verkopen wij in België al op een elftal sites, maar dat verkoopt nauwelijks, vanwege de prijszetting. En dan kom je opnieuw bij het beleid uit, want net als bij elektriciteit moet daarrond ook een stimulans komen van de overheid. De consument wil maar een kleine meerkost betalen voor een groen product, dus zonder subsidiëring of fiscale incentives blijft dat een moeilijk verhaal. In de markt van grote corporates toont HVO100 wel groei. Daar hebben we klanten die omwille van duurzaamheidsdoelen bereid zijn de hogere kost te betalen.”

“Wat waterstof betreft, dan moet je over groene waterstof praten, en daarvan is het aanbod in de wereld momenteel veel te beperkt om betekenisvol te zijn in het wegtransport. Er zijn op dat vlak nog altijd een aantal obstakels die de onmiddellijke toekomst van vergroening via waterstof nog niet mogelijk maken. Zal dat ooit het geval zijn? Misschien, maar ik zie het niet op middellange termijn gebeuren.

U zit al ongeveer uw hele carrière in de energie. Wat heeft u ooit naar die sector getrokken?

“Toen ik in 1985 begon heerste het idee dat dit de sector was die de wereld in beweging bracht. Dat is ook zo: neem ons weg, en de wereld valt stil. We hebben dus een bepaald belang, en daar aan meewerken trok me wel aan. En nu zit ik sinds een jaar op deze positie, en dat is nog altijd boeiend. Nu zit ik mee te kijken naar die energietransitie, en dat is heel erg stimulerend. Ik ben begonnen in de olie, om nu mijn carrière te eindigen door mee te werken aan de vergroening en die transitie van die sector vind ik geweldig. In de jaren tachtig stond dat nog niet op de agenda, maar je groeit daar in als mens, zeker nu ik ook ondertussen kleinkinderen heb, speelt dat mee in mijn motivatie.”

“Ik ben altijd meegegaan in de evoluties in het denken. Daarom vond ik het ook interessant om lang in de smeerolietak te werken. Jaren geleden al heb ik het punt gemaakt dat goede smeerolie voor minstens drie procent brandstofbesparing zorgt. Mocht men het vandaag uitvinden, dan werd smeerolie een van de grootste ontdekkingen in de context van vergroening genoemd.”

Q8 in cijfers: 

  • Aantal tankstations wereldwijd: 3500
  • Aantal Tangostations in Nederland: circa 198
  • Aantal Q8-stations in België: 485

Lees ook:

Auteur: Matthieu Van Steenkiste