Verheyden Wuustwezel: ‘Nederlanders weten dat wij de goedkoopste zijn, dus we krijgen wel wat tanktoerisme’

Achter tankstationbedrijven staan rasechte ondernemers met visie en passie. In de interviewserie ‘De zelfstandig ondernemer’ laten we ze uitgebreid aan het woord. Deze week spreken we twee generaties Verheydens uit Wuustwezel.
BVBA Verheyden doet het al jaren, wat zeggen we, decennia, op eigen kracht. Zonder merknaam, maar met eigen transport en een garage in de rug. In de zetels van de showroom nemen vader Marc, moeder Alida, zoon Mitch en zijn vrouw Nele plaats. Goed voor twee generaties Verheyden. En, vertelt Marc, daar begon het niet mee.
Marc Verheyden: “Er ging ons nog een generatie vooraf. De geschiedenis van deze zaak gaat immers terug tot 1958, toen mijn vader en moeder van haar ouders een stukje grond kregen op de hoek van de Bredabaan en Martendijk. Terwijl hij nog als mechanieker werkte in de sigarenfabriek hier in Gooreind, zetten ze op dat terrein een atelier waarin hij langzaamaan begon met het herstellen van fietsen en brommers. En toen de auto zijn opmars begon, nam hij die er bij.”
“Het was de tijd voor de aanleg van de E19. De Bredabaan was de grote weg van Antwerpen naar Breda, en gelokt door het vele auto- en vrachtverkeer onderweg naar Nederland kwam Total vragen of ze hier een tankstation mochten plaatsen. Dat leek een goed idee, maar hun manier van werken leverde niets op: de grote transportfirma’s konden bij hun hoofdkantoor bonnen aankopen die dan bij ons werden ingeleverd. Dat was veel werk voor ons, maar we verdienden er nauwelijks aan, én het duurde lang voor we ons geld kregen. Mijn vader had helaas een contract voor twintig jaar getekend, maar dacht er niet aan te verlengen. Zijn letterlijke woorden: ‘Ik hak nog liever mijn vinger af dan bij te tekenen.’ Total is afgedropen, maar liet de installatie wel staan. Daarmee zijn we dan onder eigen naam doorgegaan. Ondertussen zagen mijn ouders wel het aantal verkochte liters kelderen eenmaal de snelweg was aangelegd, zeker omdat er op de baan zelf ook veel concurrentie was. Gelukkig hadden wij de garage; dat tanken was niet ons hoofdberoep. Het was iets waar mijn moeder zich mee bezighield, en anders hielp ze wel in de garage.”
Uiteindelijk hebben jij en je vrouw Alida de zaak overgenomen in 1986.
Marc: “We rolden er als snotapen in, maar zagen wel hoe de business aan het veranderen was. Bancontact was in opgang, en wij hadden interesse om dat ook in te voeren. Dat zag mijn bezorgde vader echter niet zitten. ‘We gaan toch niet de hele nacht het licht laten branden voor die drie man die daarvoor zal stoppen?’, vroeg hij. En dus hebben we elektronisch betalen nog een paar jaar uitgesteld. Tot we zagen dat de concurrentie het wél deed; toen hebben we onze zin doorgedreven.”
Alida Leenaerts: “We hebben in die jaren ook het tankstation gerenoveerd. We hadden toen niet meer dan de twee kleine pompjes die Total had achtergelaten. Daar stond ik dan in weer en wind – en bij regenweer met een paraplu – klanten te bedienen. Daar kwamen mensen voor, maar op een gegeven moment heb ik toch maar een afdak boven mijn hoofd gevraagd. Dat heeft er jaren gestaan, maar uiteindelijk hebben we een nieuw, groter tankstation geplaatst, met een nieuwe tank en zestien pistolen. Dat was een heel ingrijpende verbouwing, want we hebben toen ook de bodem moeten laten saneren.”
“Bancontact hebben we toen ingevoerd, maar sommige mensen ben ik blijven bedienen. Ik had mijn vaste gasten die speciaal daarvoor kwamen, iets dat je op weinig andere tankstations nog kon krijgen. Dat schiep een band met de klanten.”
En passant besloten jullie om zelf voor de aankoop van de brandstof in te staan.
Marc: “Op een bepaald moment belandde onze leverancier in slechte papieren en kregen we problemen met de bevoorrading. Ik had al eens eerder tevergeefs contact opgenomen met de raffinaderij in Antwerpen, maar nu besloten ze me wel een badge te geven om me te mogen komen bevoorraden. We hebben die een tijd meegegeven met een andere leverancier, maar op termijn besloot ik zelf het benodigde rijbewijs te halen en kochten we een oude vrachtwagen om benzine en diesel te gaan halen. Zo begonnen we met de distributie van brandstof, en ging ik bijvoorbeeld ook boeren thuis bevoorraden.”
Mitch Verheyden: “Ondertussen hebben we twee vrachtwagens. We zijn een beetje aan het uitbreiden op dat vlak, want veel collega’s houden ermee op, en wij kunnen in dat gat springen.”
Mitch, jij bent de tweede generatie Verheydens die tussen de pompen groot werd. Hoe was dat?
Mitch: “Dat was leuk, eigenlijk. Er was altijd beweging, en van op jonge leeftijd mengde ik me daarin. Ik kon contacten leggen, meehelpen met de bediening… Dat was plezant. Ik weet ook niet waarom de liefde voor auto’s me zo pakte. Je bent zo aangelegd of niet. Ik had ook vrienden die dat hadden met computers. Bij mij was het mechaniek. Niets toffers dan een brommer om aan te sleutelen.”
Marc: (lacht) “Mitch is wel met wat bloed geboren, maar er stroomt ook benzine door zijn aders. Hij was nauwelijks zeven of acht toen hij al met een auto achteraan het terrein mocht rondrijden.”
Alida: “Het zat er van jongs af aan in. Alles wat een motor had en lawaai maakte, boeide hem. En hier kon hij zijn gang gaan en zich daarmee amuseren. Dus ja, het was vrij evident dat hij de zaak zou overnemen in 2021. Gelukkig heeft hij de juiste vrouw gevonden die daar volledig achter stond. Dat is belangrijk. Ik heb dat ook gedaan toen mijn man hier in 1986 het stuur overnam. Ik vind het mooi dat dat verhaal zich nu herhaalt, want met twee ervoor gaan is het schoonste wat er is. Dan kun je iets opbouwen.”
Nele Donckers: “Het vroeg wel aanpassen. Ik had voordien zes jaar lang een bakkerszaak gehad. Dit was wel een heel andere omgeving.”
Is er in die tijd nooit de verleiding gekomen om opnieuw met een grote brandstofspeler in zee te gaan?
Marc: (resoluut) “Neen. Ze hebben het geprobeerd, hoor. Verschillende firma’s zijn komen aankloppen, zelfs Total na vele jaren. Maar wij wisten wat we in zo’n constructies konden verdienen, en wilden niet meer aan zulke contracten vasthangen. Geen idee hoe lang we dat nog volhouden, want als zo’n grote firma beslist dat ze je zullen doodknijpen, dan kunnen ze dat. Gelukkig zijn we daar wel wat tegen gewapend, doordat we zelf ons transport organiseren. Daardoor kunnen we onze prijzen erg concurrentieel houden.”
“Verder hebben we het geluk dat we in een grensstreek wonen. We krijgen behoorlijk wat Nederlandse klanten, omdat de brandstofprijs bij ons toch altijd een stuk lager ligt. Er zijn natuurlijk veel stations in de regio waar ze kunnen gaan, maar momenteel zijn we de goedkoopste. Een echte Nederlander rijdt dus wel door tot hij bij ons is. Soms krijg je dan taferelen waarbij ze met busjes jerrycans of een koffer vol terugrijden. Want op zo’n volume scheelt het natuurlijk al snel vijftig euro.”
Ondertussen draait de wereld richting laden. Zien jullie het volume brandstof al dalen?
Mitch: “Tot nog toe niet, maar het zet me natuurlijk wel aan het denken wat het binnen tien à twintig jaar zal zijn. En dan is het moeilijk om nog te investeren in het tankstation als er vooral over waterstof en elektriciteit wordt gepraat. Er zijn ook stemmen die zeggen dat brandstof nog zeker zoveel jaar belangrijk zal zijn. Dan vraag ik me af: wat is de waarheid? Wat moet ik doen?”
“Ik heb al onderzocht of ik laadpalen moet plaatsen, maar kijk rond je: we zitten hier op de buiten, er zijn geen appartementen in de buurt die hier zouden willen laden. Ik kijk het dus een beetje aan. Kennissen van me hebben een grote winkel, en hebben daar laadpalen gezet. Ik ga eens afwachten hoe het hen vergaat, wat hun winstmarge is. Want dat is uiteindelijk altijd de vraag: wat kunnen we eraan verdienen?”
Marc: “Het vraagt een hele investering, hé. Als je er dan 50.000 euro in steekt en niets uithaalt, waarom doe je het dan? Overigens zijn we tien jaar geleden al eens verplicht door Hyundai, wiens wagens wij verdelen en herstellen, om laadpalen te installeren. Ze begonnen toen elektrische voertuigen op de markt te brengen, en dus was dat nodig. Dealers moesten contractueel vijftig euro abonnementsgeld per maand betalen, voor niets, want mensen kwamen daar niet laden. Zelf heb ik toen wel een laadpaal gezet in de garage, maar niet publiek.”
De kans bestaat niettemin dat de derde generatie Verheydens de laatste zal zijn die brandstof gaat verkopen, niet?
Marc: “Die kans is inderdaad groot, zoals het er nu naar uitziet.”
Lees ook:




