Oliemaatschappijen verdienen fors, maar voelen ook pijn stilleggen productie

Met een olieprijs die rond de honderd dollar blijft schommelen, kunnen oliemaatschappijen miljarden meer in de boeken schrijven. Toch voelen ze ook de gevolgen van het stilleggen van de productie in het Midden-Oosten.
63 miljard dollar: zoveel winst zouden oliemaatschappijen dit jaar extra kunnen boeken door de chaos in het Midden-Oosten. Dat berekende de Amerikaanse zakenbank Jefferies. Het zouden vooral de schalie-olieproducenten zijn die met de duiten gaan lopen, maar ook het Noorse Equinor-fonds zou flink groene cijfers zien.
Op het eerste zicht is dat een bevestiging van wat Amerikaans president Trump zei: “als de olieprijzen stijgen, zullen wij er flink aan verdienen”. Toch valt er ook veel te slikken voor de grote oliebedrijven. Zowel ExxonMobil, Chevron, BP, Shell als Total hebben problemen door de sluiting van de Straat van Hormuz en de bombardementen op installaties. Vooral ExxonMobil en BP zijn op dat vlak het meest kwetsbaar omdat ruim een vijfde van hun productie uit die regio komt. Voor Shell hangt dat cijfer rond de dertien procent, bij Total veertien. Dat laatste bedrijf liet al weten dat de hogere prijzen de gemiste productie meer dan compenseren. De markt rekent er echter op dat de prijs binnen enkele maanden weer naar ongeveer 75 dollar zakt.
Volgens Paul Sankey, een onafhankelijke analist van de oliemarkten, zal de oorlog met Iran een blijvende invloed op de wereldwijde energie-aanpak hebben. Landen zullen in de toekomst meer inzetten op nationale opwekking, zegt hij. Ook zouden Aziatische landen zoals Taiwan hun weerstand tegen kernenergie kunnen heroverwegen.
Lees ook:




